Home > Over Rotterdamsche Manege > Historie van De Jockey Club

Historie van De Jockey Club

De Sociëteit gevestigd in de Rotterdamsche Manège ‘De Jockey Club’ is één van de oudste verenigingen en sociëteiten van Nederland met unieke tradities. Deze kleurrijke historie heeft mede bijgedragen aan de diversiteit van de hippische disciplines die op dit moment binnen de vereniging beoefend worden en kunnen worden.

Oprichting

In 1830 was er in Rotterdam geen manege meer door gebrek aan belangstelling. De dreigende oorlog met België en het daarmee gepaard gaande nationaliteitsgevoel brachten daar verandering in. Paardensport werd niet meer alleen beschouwd als een noodzakelijk deel van de opvoeding, maar de nadruk werd vooral gelegd op haar nuttigheid om het vaderland te kunnen dienen. De koning deed een oproep voor vrijwilligers voor de veldtocht tegen België. De herleving van de paardensport was dus vooral een gevolg van de overtuiging dat men hiermee het vaderland van dienst kon zijn in de komende oorlog.

Een aantal vooraanstaande Rotterdammers richtte daarom in 1834, 1835 en 1836 verschillende verzoekschriften aan burgemeester en wethouders om weer een manege te stichten aan de Binnenweg. Toen daar geen reactie op kwam, vestigde pikeur Giebels zich in de oude bouwvallige manege, maar hij had geen middelen voor herstelwerkzaamheden. Daarom werd in 1837 een Sociëteit opgericht met als doel dit wel mogelijk te maken en door een rijverplichting van de leden de pikeur van inkomsten te verzekeren. Toen werd ook besloten dat de Sociëteit een nieuwe manege zou gaan financieren.

Nieuwe manege

Op 15 april 1839 vond de feestelijk opening plaats van de nieuwe manege aan de Oude Binnenweg, in aanwezigheid van vrijwel alle vooraanstaande Rotterdamse families en Burgemeester en wethouders.

De Rotterdamsche Courant van 16 april 1839 wijdt hier het volgende bericht aan:

“Heden heeft alhier de plegtige inwijding plaats der nieuw gebouwde rijschool of manège aan den Binnenweg, voorwelke, door de zorg van het stedelijk bestuur, eene geschikte plaats was afgestaan, tengevolge waarvan onder directie van heeren commissarissen, welke zich daarmee wel hebben willen belasten, door het bijeenbrengen van renteloos kapitaal, door onderscheiden ingezetenen der stad eene uitmuntende rijschool, stallingen, ook voor heerenpaarden, en verdere gebouwen hebben kunnen daargesteld worden; zoodat van nu af voor jongelieden van den fatsoenlijken stand de gelegenheid bestaat om, onder aanbevelenswaardige leiding van den heer P.J. Giebels, behoorlijk onderrigt in de rijkunst te ontvangen.”

Paardrijden bij de Rotterdamsche Manège

In 1837 bedroeg de contributie ƒ 5,- per jaar, het lestarief was ƒ 2,- en bij minimaal 50 lessen per jaar ƒ 1,-. Bij de oprichting telt de Sociëteit 117 leden, in 1841 was het ledental al gegroeid tot 300. Dit aantal is bijna 150 jaar lang vrijwel constant gebleven. Er waren twee stallen voor 17 en 12 paarden. De manege was in die tijd alleen bedoeld om paard te rijden. Er was geen ruimte om na het rijden wat te drinken. Daarom is in 1870 De Sociëteit gevestigd in de Rotterdamsche Manège ‘De Jockey Club’  opgericht, aanvankelijk gehuisvest bij de wijnhandelaar tegenover de manege, pas in 1884 in de manege zelf.

Er waren allerlei bepalingen waaraan de instructeur en de ruiters zich dienden te houden.

Uit het Reglement van orde:

“De instructeur moet de noodige paarden op stal hebben en daarvoor behoorlijk zorgen. De paarden mogen niet van kwade aart, koppig of struikelend zijn, maar van zessen klaar, mak en trouw.

Geen leerling changeert of maakt eenige andere evolutie dan op commando van den pikeur. Met alle welwillendheid behandelt hij de leerlingen. Hij zal jegens hen ook alle bescheidenheid in acht nemen.

Wederkeerig zullen zij, die onderricht in het paardrijden ontvangen, den Pikeur met alle mogelijke respect en met bescheidenheid behandelen.

Boeten:

Wie verzuimt den kinketting vast te maken en bij het afstijgen los te maken, telkens 5½ stuiver
Zonder handschoenen 5½ ”
Karrewats vallen 5½ ”
Zonder order doubleert, changeert of voorbij een ander rijdt 11

Gedurende de dames-rijuren (op werkdagen 9-12 uur voormiddag) is de rijbaan alleen toegankelijk voor de rijdende dames en worden geen ongenoodigden als toeschouwers toegelaten.

Aan de stalknechts is het rooken verboden, ook mogen zij geen fooien, van welken aard ook, aannemen.”

Militairen

In de hele geschiedenis van de manege hebben militaire groepen gebruik gemaakt van de manege. Van 1846 tot ongeveer 1880 was dit de schutterij. Zij kregen echter geen toestemming om in de buitenmanege wapenoefeningen te doen. Vanaf 1902 hebben reserve-officieren uit Rotterdam en ook officieren uit Den Briel gebruik gemaakt van de manege. In 1912 kwam er zelfs een speciale cursus voor deze mensen zonder dat zij lid van de Sociëteit waren. In 1919 kreeg de bereden brigade van de Rotterdamse politie toestemming om in de manege te rijden. Nog steeds rijden bij de Rotterdamsche Manège de “huzaren”, de Militaire Ruitersport Vereniging Te Paard, echter wel met lidmaatschap van De Jockey Club. Ieder jaar rijdt een aantal van deze ruiters mee in het ere-escorte van de Cavalerie op Prinsjesdag, vaak op manegepaarden van de Rotterdamsche Manège.

Nieuwigheden

In die tijd was er nog geen straatverlichting op grote schaal. In 1844 werd aan B&W één gaslantaarn gevraagd op de Binnenweg, omdat het daar zo donker was. De manege werd verlicht met flambouwen en kaarsen. In 1846 werd besloten gasvlamverlichting aan te leggen, daarmee was de manege één van de eerste gebouwen in Rotterdam met gasvlamverlichting. De aanleg was nogal kostbaar en werd bekostigd uit vrijwillige bijdragen van de leden. Het grote voordeel was dat de kosten voor het rijden ’s avonds met de helft konden worden verminderd. Hierdoor werd het rijden in clubverband gestimuleerd in de avonduren.

Het manegecomplex lag in die jaren in een landelijk gebied, pas omstreeks 1875 kwam het in de stad te liggen. Er was alleen pompwater, waar de paarden regelmatig ziek van werden. In 1881 krijgt de manege aansluiting op de waterleiding.

In 1885 komt er ook een (kosteloze!) telefoonaansluiting.

Het gasvlamlicht werd in 1908 vervangen door elektrisch licht.

Verbouwing manegecomplex

Op 6 februari 1883 werd de “NV tot exploitatie der Rotterdamsche Manège” opgericht, met als doel het in eigendom krijgen van de Rotterdamsche Manège (in 1888 zou het erfpachtcontract aflopen) en het bouwen van een nieuw woonhuis voor de directeur. In plaats van de oude directeurswoning kwam een hele nieuwe vleugel. Er was nu eindelijk ruimte in de manege voor De Jockey Club, die zij met ingang van 1884 voor ƒ500,- gingen huren van de NV. Zij kregen een vergunning om alcohol te schenken.

De voorgevel werd opgetrokken in Renaissance stijl, in navolging van de Hollandsche Manège in Amsterdam (die weer geïnspireerd was op de Spanische Reitschule in Wenen).

In 1864 was er al een stal bijgebouwd voor 16 paarden en in 1874 nog eens voor 12 paarden, in totaal is er nu dus ruimte voor 57 paarden.

Het stalgeld voor privé-paarden bedroeg ƒ 1,52 per dag.

Amazones

Vanaf het begin mochten ook echtgenotes en dochters van leden in de manege rijden, de rijbaan was dan ’s morgens van 9 tot 12 uitsluitend beschikbaar voor dames. Vanaf 1883 mochten ook dames die geen familie waren van leden komen rijden, zij werden dan geen lid maar donatrice (voor een bedrag gelijk aan de contributie). Vanaf 1889 mochten zij ook in een manoeuvre meerijden in het Carrousel. Omstreeks 1894 reden zo’n 60 dames regelmatig in de manege.

Carrousel

Al lang voor de oprichting van de manege werden in Rotterdam Carrousels gereden. In 1851 werd op grootse wijze het 25ste carrousel gevierd. Gedurende de hele geschiedenis werd vrijwel zonder onderbreking ieder voorjaar, in de beginjaren zelfs tweemaal per jaar, een carrousel opgevoerd. Aanvankelijk bestond het programma uit niet veel meer dan een dressuurproef, ringsteken en kophakken, maar al snel werden er ook manoeuvres gereden op Franse commando’s. In 1860 wordt er zelfs een aparte vereniging opgericht ter bevordering van het carrouselrijden.

De carrousels hadden altijd een thema, tot 1900 voornamelijk gebaseerd op historische gebeurtenissen.

De opbrengst werd besteed aan een goed doel, zoals bijvoorbeeld in 1875 “Voor gewonde en zieke krijgslieden van het expeditionair leger in Atjeh”, of in 1918 voor “Onze jongens in de forten en aan de grenzen”. Tot zo’n 25 jaar geleden bleef deze traditie in gebruik.

Leden van de manege waren ook regelmatig betrokken bij optochten, erewachten en défilé’s, zoals bij de begrafenis van Koning Willem II, de zilveren bruiloft van koning Willem III en de troonsbestijging van koningin Wilhelmina.

De twintigste eeuw

In het begin van de twintigste eeuw ontstonden er plannen om te verhuizen. De stallen moesten dringend vernieuwd worden en de druk bevolkte Binnenweg was geen ideale locatie meer. Allerlei locaties passeerden de revue, die om allerlei redenen weer afvielen. In de dertiger jaren werd begonnen met de aanleg van het Kralingerhout op de plek waar alle bagger was gestort uit de net uitgegraven Waalhaven. Dit werd uiteindelijk de meest aantrekkelijke locatie omdat er graag buiten werd gereden.

In 1937 gingen de paarden in feestelijk optocht van de Tuinderstraat naar het Kralingerhout. Voorafgegaan door de bereden brigade van de Rotterdamse politie trokken zo’n zestig ruiters door de stad met het vaandel van de Rotterdamsche Manège. Eenmaal op de nieuwe locatie werd al snel een tweedaags Concours Hippique georganiseerd. In 1938 was er in Haamstede een ruiterkamp voor de jeugd, het eerste ruiterkamp in Nederland.

De oorlogsjaren

Op 10 mei 1940, vlak voor de Duitsers kwamen, eiste het Nederlandse leger de 40 paarden op. Na de capitulatie vulde de toenmalige directeur Klebe het paardenbestand aan uit andere maneges. Het bestuur verwachtte schaarste en ging een grote partij sherry-flessen hamsteren, maar in 1941 vermeldden de notulen dat men vond dat de kwaliteit van de consumpties afnam. In 1942 werd het hele manegecomplex gevorderd door de Duitse Wehrmacht. De Sociëteit gevestigd in de Rotterdamsche Manège ‘De Jockey Club’  verhuisde naar de Kralingse IJsclub. In 1943 werd het complex weer vrijgegeven. Toen werden de stallen en de binnenmanege verhuurd om auto’s en materiaal op te slaan. In 1944 kwam de manege opnieuw in handen van de bezetters.

Tijdens de oorlog werd de manege onder andere gebruikt als concertzaal. De binnenmanege bleek een uitstekende akoestiek te hebben. Het Circus Strassbourg vond tijdelijk onderdak in de manege.

Na de bevrijding waren er geen paarden meer in de stallen. Voor het eerste carrousel in 1946 werden paarden geleend van Circus Strassbourg.

Na de oorlog

Na de oorlog kwam de manege langzaam weer op gang en werden de diverse avondclubs weer actief. In 1948 vond het eerste CHIO plaats. Het was het eerste internationale Concours Hippique en vandaar ook vanaf het begin de O van Officiel. Nog steeds is het Rotterdamse CHIO het enige concours in Nederland dat landenwedstrijden mag organiseren.

In 1956 brandde de Jockey Club volledig uit, de binnenmanege bleef gelukkig gespaard.

De jeugd

In 1952 werd door 44 jeugdleden een eigen vereniging opgericht, Equitatus, met een eigen bestuur. Er kwamen wedstrijden voor de jeugd en ieder jaar een speciaal jeugdcarrousel.

Met uitzondering van een korte periode (van 1954 tot 1961) toen er een paar pony’s waren, kon de jeugd in het verleden alleen vanaf ongeveer 12 jaar op paarden rijden.

In 1982 kwamen er eindelijk pony’s op stal. Toen werd ook het jeugdlidmaatschap ingesteld, waarbij kinderen zelfstandig lid konden worden zonder ballotage.

Laatste decennia

Ook in de laatste decennia is De Rotterdamsche Manège blijven groeien en met haar tijd meegegaan.

In 1986 werd de Sociëteit rigoureus verbouwd en gemoderniseerd en werd er een tweede overdekte rijbaan geopend, de Bosmanege.

In 1991 ging eindelijk de langgekoesterde wens van de leden in vervulling en kreeg de Sociëteit groot terras, met riant uitzicht over het Kralingse Bos.

In 1994 werd de stal opnieuw uitgebreid, zodat er plaats kwam voor 80 paarden en pony’s. In dit zelfde jaar haalt De Jockey Club overigens ook het Guinness Book of Records door een carrousel-manoeuvre te rijden met maar liefst 144 paarden!

In 2002 werd ter gelegenheid van het 33e lustrum een Jockey Club lustrumlied gemaakt en ten gehore gebracht.

Begin 2006 werd het huidige complex van de Rotterdamsche Manège aangewezen als Rijksmonument

2012 – 35e lustrum

In 2012 bestond de Rotterdamsche Manège 175 jaar. Daarmee is onze vereniging wellicht de oudste hippische vereniging van Nederland en één van de oudste verenigingen van Rotterdam. Deze bijzondere verjaardag gaan we dit jaar uitgebreid vieren met diverse activiteiten. Ook verschijnt er een lustrumboek dat op een historische verantwoorde wijze de kleurrijke geschiedenis van onze vereniging beschrijft, geïllustreerd met prachtig beeldmateriaal. Verder worden hoge kwaliteit reproducties van oude carrrouselprenten gemaakt en is een nieuw Carrouselprent in voorbereiding.

Lustrumartikelen

Over de manege en de vereniging is ter gelegenheid van het 175 jarig bestaan een prachtig boek verscheen waarin de historie van de vereniging op wetenschappelijk verantwoorde maar leesbare wijze is beschreven en geïllustreerd met schitterend beeldmateriaal.

Ter gelegenheid van het lustrum zijn speciale lustrumartikelen gemaakt. Het gaat stuk voor stuk om zaken die zo uniek zijn dat ze niet in uw garderobe, boekenkast, etc. mogen ontbreken. De artikelen zijn te koop in de Ruiterkamer.